« Organiseer de lokale democratie horizontaal»

Gepubliceerd op 03-09-2017

Gemeenten zijn op zoek naar nieuwe wegen om anders (beter) vorm te geven aan de lokale democratie. De invoering van het dualisme kan beschouwd worden als een laatste serieuze poging om de legitimiteit van het lokaal bestuur te versterken. De participatiegedachte is de volgende poging (hype) om hieraan bij te dragen. Wellicht helpt dit allemaal niet en is een ingrijpende wijziging van het gehele staatsbestel nodig 160 jaar na Thorbecke. Over dit laatste gaat dit stukje niet. Wat opvalt bij gemeenten is het sterk hiërarchisch denken in raad-collegeorganisatie. Dit leidt tot groepsvorming met vaak een hoop irritatie, conflicten en negatieve publiciteit. Mogelijk dat het horizontaal organiseren van de democratie helpt om binnen het bestaande systeem effectiever en met meer gezag te besturen.

Groepsvorming

In de gemeentelijke praktijk wordt veel gesproken over en gedacht in “wij-zij”. Daarmee wordt het groepsdenken gestimuleerd. Concreet betekent dit dat de raad, het college en de organisatie zich gaan gedragen als een aparte groepen. Ze ontwikkelen ieder hun eigen identiteit met een eigen set van normen. Het eigen handelen wordt ook vaak als beter geclassificeerd dan dat van de andere groepen. Daarnaast ontstaat een stereotype beeld van de andere groepen. Kortom, de werkelijkheid wordt versimpeld. Vaak komt dit de samenwerking niet ten goede.

Horizontaal organiseren; naast elkaar

Uit psychologisch onderzoek naar groepen in organisaties blijkt dat wanneer groepen elkaar vaker ontmoeten, informatie delen en samen aan een doel werken de kans op succes toeneemt. Dit in ogenschouw nemende, kan het interessant en nuttig zijn dat het college, de organisatie en de raad elkaar vaker ontmoeten. De raad zou bijvoorbeeld periodiek overleg kunnen hebben met een aantal ambtenaren over informatie over de gemeente in de sociale media, beleidsvoornemens van het Rijk etc. De raadsleden kunnen dan hun politieke agenda vormen en bepalen waar ze meer kaderstellend of controlerend willen zijn. Ook kan in technische zin gesproken worden of complexe problemen wel of niet op een participatieve manier aangepakt moeten worden. Aan bod kan dan komen? Wel of geen participatie (meedenken, meebeslissen, overlaten aan de samenleving)? De voor- en nadelen ervan? Rolverdeling? Etc. Verder zou de raad een of twee per jaar contact kunnen hebben met het management en de ondernemingsraad.

Ik hoor u denken. En het college dan? Die worden dan toch overgeslagen. Belangrijk is om dit denken in verticale lijnen los te laten. Hoe beter de raad voorzien is van informatie, hoe beter zij de mensen achter de raadsstukken kennen, hoe meer kans er is op vertrouwen en begrip. Dit kan de verhoudingen en het politieke debat ten goede komen. Ook het college heeft daar baat bij. Het toezicht in de zorg en bij corporaties is al meer op deze wijze georganiseerd. En ja, er zijn daar ook bestuurders die er moeite mee hebben dat de raad van toezicht dieper in de organisatie duikt om informatie te krijgen, maar dat zegt juist iets over deze bestuurders. Een sterke bestuurder gedijt juist bij het geven van vertrouwen, openheid en verantwoording afleggen.

Benieuwd hoe wij u kunnen helpen bij het maken van de juiste keuze? Neem dan contact met ons op.

pexels-photo-109919-1576597672.jpg